Wie won deze oorlog? Twee lenzen, en één vraag om te stellen.

Wie won deze oorlog? Na maanden oorlog, duizenden doden, een Straat van Hormuz die wekenlang feitelijk gegijzeld werd door tolheffing blijft de vraag wie deze oorlog heeft gewonnen. Het brede beeld lijkt dat Iran beter uit de deal is gekomen, maar mijn vraag is of dat het complete beeld is.

Twee analisten die ik volg, Tanvi Ratna, een strateeg en analist die opereert op het snijvlak van geopolitiek, kapitaal en technologie, en Andrew Fox, een Britse militaire analist en voormalig majoor in het Britse lege, belichamen voor mij ieder een ander kijk op de oorlog die elkaar aan kunnen vullen. Omdat ze naar een andere laag van de werkelijkheid kijken, wat het interessant maakt ze naast elkaar te leggen.

Twee invalshoeken

Tanvi Ratna kijkt door een systeemlens. Energiecorridors, handelsblokken, de architectuur achter ordevorming is haar terrein. In haar analyse is de Iran-oorlog vooral een katalysator, geen oorzaak: een sluimerend proces dat versnelde, namelijk de feitelijke ontmanteling van BRICS als handelend blok. Door de handelsdeal die India met de VS maakte waarmee Rusland op afstand werd gezet. En het ontmaskeren China als een onbetrouwbare partner die bondgenoten in nood niet te hulp schiet.
Niet doordat de VS BRICS frontaal aanviel maar doordat Washington elke lidstaat afzonderlijk op zijn zwakke plek raakte. Tarieven voor India. Veiligheidsgaranties voor de Golf. Investeringsdeals voor Indonesië.
En toen de oorlog uitbrak, op het moment dat BRICS had moeten laten zien of het als blok iets voorstelde, bleef de reactie uit. Geen gezamenlijke verklaring. Geen oliepolitiek. Geen strategische tegenzet. Niets.
Wat overblijft is volgens Ratna een smallere CRINK-as: China, Rusland, Iran en Noord-Korea. Maar zelfs dat viertal bleek broos zodra financiering en scheepvaart onder Amerikaanse druk kwamen te staan: een gevolg van de slag die Iran is aangedaan. Immers, Iran blijkt bereid de hele straat van Hormuz af te sluiten, wat grote impact heeft hoe verzekeraar en transporteurs kijken naar wereldwijde handelsroutes. En nu landen ook niet langer via Iran als omweg langs de grote machtsblokken kunnen laveren, ontstaat een eenvoudiger, voorspelbaarder onderhandelingslandschap.

Voor Ratna ligt de Amerikaanse winst dus niet primair op het slagveld. Die winst is structureel: corridors herschikken zich, Europa raakt verder vastgeklonken aan Amerikaanse energie- en datanetwerken, en Iran verliest zijn unieke functie als geopolitieke bypass voor landen die liever niet eenduidig kiezen tussen dit of dat machtsblok, de ene of de andere route voor geld, energie en goederen.

Andrew Fox kijkt veel meer door een operationele lens — dat was wat mijn aandacht trok toen ik zijn stuk las. Zijn vraag is niet welke orde hier ontstaat. Zijn vraag is wat er misging in de besluitvorming, wat dit militair kostte, en wat de tactische gevolgen zijn. En er ging veel mis!
Zijn “Anatomy of a Debacle” is een autopsie: een plan dat instortte na één telefoontje van Erdogan, een Israël dat Trump wist over te halen tot een oorlog maar zijn eigen doelen niet haalde, en een Amerikaanse luchtmacht die tankervliegtuigen verloor die niet snel te vervangen zijn, wat een wereldmach liet zien die niet opgewassen bleek tegen moderne oorlogsvoering.
Zijn scherpste punt: elke interceptor die in het Midden-Oosten wordt verschoten, is er één minder voor Taiwan of Europa: en dat zorgt, binnen een industriële basis die de vraag toch al niet kon bijbenen, voor een langdurige uitholling van tactische slagkracht, de mogelijkheid de daad bij het woord te voegen. Voor Fox is dit geen systeemwinst. Het is een militair-industriële aderlating.
Spreken ze elkaar tegen?

Ze meten beiden iets anders en laten ieder iets op een ander niveau zien.
Ratna kijkt naar de vorming van nieuwe wereldordes: wie kiest uiteindelijk voor welke economische en strategische ordening? Dat is een verschuiving over jaren, en niet iets wat je na één veldslag kunt constateren.
Fox meet op het niveau van uitvoering en militaire reserves: munitievoorraden, productiecapaciteit, verloren vliegtuigen, operationele schade. Directe impact die je morgen al ziet.
Allebei kunnen waar zijn, maar op een andere tijdschaal. Het lijkt misschien logisch die visies daarom eerst tegenover elkaar te zetten. Maar de vraag welke visie wint is de verkeerde vraag.
De inzichten versterken elkaar door de tijdschalen achter elkaar te zetten.

Ik kom op die manier misschien tot een ongemakkelijk observatie voor wie de ondiplomatieke en directe, transactionele en ogenschijnlijk chaotische stijl van Trump ziet als een direct bewijs van een ongenuanceerde president die niet strategisch kan of wil denken en handelen.

Een systeem kan structureel winnen terwijl de uitvoering chaotisch en kostbaar is. Dat zijn geen twee werkelijkheden maar dat is één werkelijkheid, van twee kanten bekeken.

De BRICS-erosie die Ratna waarneemt komt niet voort uit een briljant uitgevoerde strategie. Ze ontstond deels door druk, deels door timing, deels door toeval: Erdogans veto op het Koerdische plan, de olieprijspaniek die Trump richting een snelle deal duwde, een Witte Huis vol lekkende facties. Maar was wel een gevolg van een plan om de positie van de VS als wereldmacht veilig te stellen.
Fox’ chaos bewijst niet dat Ratna ongelijk heeft. Zijn analyse laat zien dat de systeemwinst kwetsbaarder is dan ze op het eerste gezicht voor Ratna lijkt. Wat we zien is geen eenduidig sterk of zwak Amerika, maar een sterk systeem met een chaotische operator, in een wereld die langzaam beweegt naar een nieuw machtsevenwicht.

Ratna’s bredere blik laat omgekeerd precies de blinde vlek zien in Fox’ analyse. Fox meet het resultaat vooral af aan de doelen van Netanyahu en de Iran-haviken: regimewisseling, volledige ontmanteling van het nucleaire programma, strategische vernedering van Teheran. Maar dat waren niet noodzakelijk Trumps eigen doelen. Trump wilde olie goedkoop houden, Hormuz open krijgen, Iran economisch verzwakken en thuis als winnaar verschijnen net voor de Midterms. Op die meetlat is deze uitkomst geen debacle.

De toets

Wat deze twee analyses goed maakt: ze durven allebei iets te voorspellen wat je over een of twee jaar gewoon kan verifiëren. Niet dat ze allebei gelijk hoeven krijgen, maar allebei formuleren ze duidelijke verwachtingen.

Klopt Ratna’s systeemwinst-these, dan verdiepen Saudi-Arabië, de VAE en Indonesië hun economische en veiligheidsbanden met de VS verder. China weet zijn rol als “stabiele tegenpool” niet om te zetten in nieuwe, duurzame bondgenootschappen. En de Amerikaanse infrastructuurpositie in Europa – LNG, datakabels, energieafhankelijkheid – groeit door zonder noemenswaardige tegenkracht.

Heeft Fox gelijk dat deze oorlog Amerika heeft uitgeput en langdurig verzwakt, dan zie je het tegenovergestelde gebeuren: landen als Taiwan, Japan en Europa gaan sneller ergens anders hun wapens kopen, Amerikaanse fabrieken kunnen de vraag uit verschillende brandhaarden tegelijk niet meer bijbenen, en China pikt precies daar terrein in waar zichtbaar is dat Amerika niet meer zo hard kan dreigen als vroeger.

De vraag die we dan over 12 tot 24 maanden kunnen verifiëren:

  • zijn de Golfstaten en Zuidoost-Aziatische landen dieper verankerd geraakt in de Amerikaanse orde dan vóór de oorlog?
  • of zien we landen zoals Taiwan, Japan en de Europese bondgenoten na deze oorlog hun wapens wat minder bij Amerika gaan halen, en wat meer gaan shoppen bij anderen; uit voorzichtigheid, niet uit liefde voor China?

Hoe dan ook gaan we dan de zwaktes zien die deze oorlog heeft blootgelegd. Dan weten we ook welk proces sneller en harder heeft doorgewerkt dan het andere.